Een principaal maakt vaak gebruik van een uitgebreid netwerk van zorgvuldig geselecteerde agenten. De principaal legt een agent daarom geregeld een aantal verplichtingen op met betrekking tot de prijzen, het gebied waarin gewerkt kan worden en het al dan niet toestaan om met de werkzaamheden van de principaal te concurreren. Hierbij moet in sommige gevallen rekening worden gehouden met het mededingingsrecht, meer specifiek met het kartelverbod.
Het kartelverbod verbiedt afspraken tussen ondernemingen die de concurrentie merkbaar kunnen beperken. Het in strijd handelen met het kartelverbod kan verregaande consequenties hebben. Zo leidt strijdigheid met het kartelverbod tot nietigheid van de specifieke bepaling of de hele agentuurovereenkomst. Ook kunnen hoge boetes worden opgelegd aan zowel de principaal als de agent.
Het kartelverbod is opgenomen in artikel 6 van de Mededingingswet en artikel 101 lid 1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (het Verdrag) en verbiedt afspraken of contacten tussen twee of meer ondernemingen die de concurrentie merkbaar kunnen beperken.